“In de piste is het ieder voor zich, erbuiten zijn mijn broer en ik een team”

De clan Philippaerts beheerst al jaren de internationale paardensport. En nu vader Ludo op pensioen is, staat de opvolging klaar. Nicola en Olivier (22) rijgen de prijzen aan elkaar. En dan hebben we het nog niet over Thibault (13) en Anthony (12), die staan te trappelen om ook een plek in de jumping te veroveren. Zit er in Meeuwen-Gruitrode iets speciaals in het kraantjeswater, of zijn de genen Philippaerts’ een garantie op succes?

Ludo Philippaerts is de eerste die we aantreffen op het domein van de familie Philippaerts. Hij staat in de buitenpiste waar net een les is afgelopen wanneer hij ons opmerkt. We willen hem een hand geven maar krijgen resoluut een kus op onze wang. Zijn ‘pensioen’ doet hem blijkbaar goed want zijn buikje zit een beetje tussen ons in. We zijn hier voor ‘the twins’ zeggen we, en hij wandelt met ons mee. Een rijzige, knappe jonge­man komt onze richting uitgewandeld, en Ludo stelt hem voor als Nicola. Die leidt ons naar een gezellig kamertje met zicht op de binnenpiste en met een erg landelijk interieur: twee oude leren sofa’s en een paar fauteuils met typische Engelse plaids sieren de kamer. Daarnaast een grote houten kast die uitpuilt van de bekers. Deze kamer ademt paarden én overwinningen. Misschien is deze kamer wel representatief voor de familie Philippaerts.

De tweeling is erg innemend en ze komen bijzonder statig over voor 22-jarige knapen. Qua uiterlijk zijn er zeker verschillen op te merken, maar ook qua karakter: Nicola is extravert en zelfverzekerd. Zijn broer Olivier komt iets gereserveerder over. Ze weten allebei waar ze mee bezig zijn en praten met liefde over de sport, de business en elkaar. Want het mogen dan concurrenten zijn in de piste, het blijven bovenal broers die trots zijn op elkaars prestatie, zelfs als dat betekent dat ze zelf zonder medaille achterblijven.

Er zitten nog enkele drukke weken aan te komen, maar we zien geen sporen van vermoeidheid en de tweeling is erg hoopvol als we het over de toekomst hebben.

Nicola: De boog zal nog even gespannen staan, zeker nu Jumping Mechelen eraan komt, maar daarna kunnen we even uitrusten.

Cavalor: Wat is ‘even’?
Nicola: Twee weekjes, waarvan ik een week op vakantie ga. zonder de paarden ja. (lacht) Ik heb het soms nodig om even alles te vergeten. Maar langer dan twee weken mag dat ook niet duren voor mij. Dan begin ik de paarden te missen.

Cavalor: Jullie zijn net terug van een tour in Amerika, hoe was het daar? 
Nicola: Het is heel succesvol geweest, we hebben de wereldbekerpunten behaald waarvoor we gegaan zijn. De ruiters met de meeste wereldbekerpunten mogen na Nieuwjaar ook de andere mooie wereldbekerwedstrijden in Europa rijden dus daar kijken we naar uit.
Olivier: Omdat we een grote handelsstal zijn is het natuurlijk ook cruciaal om op verschillende markten aanwezig te zijn en contacten te leggen. Voor de paardenhandel is het ook belangrijk.

Cavalor: Hoe zit het met de vorm van de paarden? 
Nicola: ik heb mijn beste paard ‘Forever d’Arco’ meegenomen en die deed het super. Donatella is thuisgebleven omdat die nog aan het herstellen was van een blessure, maar die heb ik onlangs meegenomen naar de CSI** in Lier en dat ging prima. Alle paarden zijn in uitstekende vorm. Hopelijk blijft dat zo.
Olivier: ik had Challenge mee. Die is van Nicola naar mij doorgeschoven, dit was dus een van onze eerste wedstrijden samen, maar het ging zeer goed. We zijn derde geworden op de wereldbeker van Kentucky (Lexington). Ook Legend deed het goed. Armstrong, wat eigenlijk mijn beste paard is, heb ik thuisgelaten om hem te sparen. Met hem wil ik de wereldbeker gaan springen, hoewel dat zal afhangen van de volgende weken. Het is wel de bedoeling dat ik in Mechelen met de beste paarden van start kom.

Cavalor: Waarom ga je die wereldbekerpunten zo ver zoeken?
Olivier: In België, of in Europa, heb je voor elke Wereld­beker­wedstrijd maar zo’n twee plaatsen. Dat wil zeggen dat je hier gemiddeld een tweetal kansen krijgt om je te kwalificeren, en dat is bijna onmogelijk. Dus gaan we naar Amerika omdat daar minder deelnemers zijn en we ook meer wedstrijden mee kunnen rijden. Bovendien is er ook minder concurrentie in de piste. Zo verhogen we onze kansen om de wereldbekerfinale hier te mogen rijden begin volgend jaar.
Nicola: je moet natuurlijk nog altijd goed presteren om punten te pakken in Amerika, maar het klopt dat er minder combinaties meedoen. Er doen meestal een 6 à 7 potentiële winnaars mee. In Europa maakt bijna iedere deelnemer kans op de eerste plaats.

Cavalor: Dus ook daar zijn jullie dan vooral elkaars grootste concurrent? 
Nicola: (lacht) We vinden het vooral fantastisch dat we alles samen kunnen doen. Buiten de piste proberen we elkaar zoveel mogelijk te helpen, zijn we één team en trekken we aan hetzelfde zeel, maar in de piste zijn we uiteraard concurrenten van iedereen, ook van elkaar.
Olivier: Op het 5 sterrenniveau is het moeilijk om altijd voor dezelfde wedstrijden uitgenodigd te worden, want er zijn een beperkt aantal plaatsen. Ook al proberen we wel, we kunnen steeds minder samen op wedstrijd.

Cavalor: Wat is het grootste verschil met de wedstrijden in Amerika? 
Olivier: zoals ik al zei is de concurrentie daar minder groot, maar de afstand die je moet overbruggen tussen de kunnen aanpassen en het beste kunnen halen uit alle paarden die hier staan.

Cavalor: Maar als je dan toch een paard moet noemen? 
Nicola: Carlos blijft speciaal voor mij want daar is mijn carrière mee begonnen. Met hem heb ik mijn eerste vijfster gewonnen. Carlos was een echte vechter met een heel groot hart. Hij deed altijd zijn best en had altijd wel een klassering.

Cavalor: Intussen staat er nog opvolging klaar. Hoe schatten jullie jullie broers Thibault en Anthony in? 
Nicola: (fier) Thibault heeft dit weekend de Grote Prijs voor Junioren in Neeroeteren gewonnen en hij is nog geen 14 jaar. Hij is super gemotiveerd en wil graag winnen. Hij heeft ook al een medaille op het EK gehaald voor ponyruiters.
Olivier: Die komt er zeker en vast nog aan, daar mag je op rekenen. (glundert) En Anthony rijdt ook, dus misschien komen er zelfs twee extra Philippaertsen aan.
Nicola: Anthony is nog jonger, 12 jaar, en die is ook actief in jumping, maar voetbalt ook graag. Hij is keeper bij Patro Eisden, in 2de nationaal. Dus hij kan nog kiezen (lacht). We weten nog niet goed welke kant hij uit zal gaan.

Cavalor: Philippaertsen moeten iets met paarden doen, zo lijkt het wel.
Nicola: Niet noodzakelijk. Olivier en ik hebben ook andere sporten gedaan: voetbal, tennis, zwemmen… maar ik ben altijd teruggekomen naar de paarden. Het is natuurlijk gemakkelijk als je thuis zo’n accommodatie hebt , er zoveel paarden voor handen zijn, en je ‘iemand’ kent die er al 30 jaar mee bezig is. (glimlacht)
Olivier: En als je het graag doet, natuurlijk.
Nicola: Eigenlijk is het zelfs helemaal niet zo evident want met zo’n vader heb je natuurlijk altijd druk op je schouders. Mensen verwachten altijd meer van je als je de zoon bent van. Maar we zijn wel heel dankbaar voor alle kansen die we gekregen hebben.

Cavalor: Wat als je de klok 10 jaar kon terugdraaien? Zou je dingen anders doen? 
Nicola: Ik heb meer ervaring nu, maar ik zou net hetzelfde doen. Er is wat mij betreft niets belangrijker dan doen wat je graag doet. Je moet natuurlijk keuzes maken in je leven: je kan geen topsport doen én iedere week op stap gaan. Maar ik heb er geen spijt van dat ik dat heb moeten opgeven. Anders had ik niet kunnen bereiken wat ik al bereikt heb.
Olivier: je krijgt zoveel terug van de sport. Mijn leefwereld is de paardensport en ik ben heel blij met die wereld. Het is een heel aparte sport en het boeit me nog altijd.

Cavalor: Hoe blijft de Philippaerts stal over de verschillende generaties voortleven?
Nicola: Van alleen het prijzengeld kan je niet leven, tenzij je een uitzondering bent. We hebben heel veel paarden dus die kosten moeten iedere maand betaald worden. En dan heb je nog een binnenhal nodig, vrachtwagens, voeding, verzorging,… Daarom zijn we ook een handelsstal die moet draaien. Onze fokkerij heeft 15 à 20 veulens per jaar en onze beste paarden moeten vaak verkocht worden zodat we kunnen blijven doorgaan. Dat is de keerzijde van de medaille: het is niet leuk om je beste paarden af te geven. Momenteel heb ik wel het geluk dat Frans Lens mede-eigenaar is van mijn beste paarden waardoor ik ze zelf mag blijven rijden. Ook sponsors zoals Cavalor zijn we heel dankbaar.

Cavalor: Het blijft een wereld waar veel geld in omgaat. Zorgt dat niet voor extra druk voor jongemannen als jullie? 
Nicola: We moeten ons focussen op de sport en zo goed mogelijk presteren en dan komt de rest vanzelf wel. We weten dat het een dure sport is, maar we zijn ook jong geweest en hebben fouten gemaakt. Maar uiteindelijk gaat niets boven het gevoel dat ik heb als ik op een paard zit: dat is echt fantastisch. Wat de paardensport uniek maakt is dat je met levende wezens bezig bent en net dat maakt het zo mooi. Trouwens: ik heb het gevoel dat de paardensport aan populariteit aan het winnen is. Als je ziet dat merken als H&M ook hun schouders onder de sport zetten: dat is geweldig. Maar het blijft natuurlijk een moeilijke sport om te begrijpen.

Wij danken onze sponsors